Rituelen
Zij had, maar ook dat was later tot hem doorgedrongen, nooit iets te doen en deed dat met de grootst mogelijke snelheid
‘Goed. Dan schenk ik jou een whisky in. Jij proeft aandachtig en daarna zeg je mij wat je ervan vindt.’
Bij elk belangrijk moment in je leven, dacht hij later, zou je een Arnold Taads moeten hebben, iemand die je vraagt exact te beschrijven wat je voelt, ruikt, proeft, denkt bij je eerste angst, je eerste vernedering, je eerste vrouw, maar altijd op het ogenblik zelf zodat het protocol geldig zou blijven en de gedachte, de ervaring nooit meer verkleurd zou kunnen worden door latere vrouwen, angsten, vernederingen.
Door mannen, maar dit zou hij pas veel later zo kunnen zeggen, leer je hoe de wereld is - door vrouwen wat hij is.
Het betekende niets om zoiets te denken, en toch was het huiveringwekkend.
Je kunt alleen maar wezenlijk mooi vinden waar je echt iets van weet
Er waren dingen die men moest weigeren, zels als ze mogelijk waren. Nu hij de veertig gepasseerd was, zou hij geen pianist meer worden, geen Japans meer leren, dat wist hij zeker, en tegelijkertijd gaf die zekerheid hem een verdrietig gevoel, alsof lui leven nu eindelijk zijn beperkingen begon duidelijk te maken en daardoor de dood zichtbaar werd: het was niet waar dat alles mogelijk was
‘Ja hoor.’ Knap hoe iemand in twee lettergrepen de zelfbewustheid van een hele klasse kon uitdrukken